De 38 remedies

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agrimony (Agrimonie) 
Zorgen en problemen worden achter humor en grappen verborgen, er wordt geen confrontatie aangegaan, overgevoelig voor ruzie, afleiding wordt gezocht in gezelschap, hebben heimelijke verlangens.

 

 

Aspen (Esp) 
Tegen angsten van onbekende oorsprong, onbestemde voorgevoelens, irrationele angsten.

 

 

Beech (Beuk) 
Onverdraagzaam, kritisch en intolerant gedrag tegen anderen. Vellen snel een oordeel over anderen.

 

 

Centaury (Duizendguldenkruid) 
Weinig wilskracht, zijn bereidwillige helpers, kunnen geen ‘nee’ zeggen, laten zich eenvoudig misleiden, geven hun macht weg.

 

 

Cerato (Loodkruid) 
Hebben geen vertrouwen in hun eigen kunnen en denken, vragen constant om bevestiging, komen terug op eerdere besluiten, aanstellerig gedrag.

 

 

Cherry Plum (Kerspruim) 
Bang om de controle te verliezen, bang om iets ergs te doen, irrationele gedachten, wanhopig, kunnen zelfbeheersing verliezen.

 

 

Chestnut Bud (Paardekastanjeknop) 
Herhaling van fouten, leren er niet van, gebrek aan observatievermogen.

 

 

Chicory (Wilde Cichorei) 
Voelen zich snel afgewezen, zijn betuttelend, egocentrisch, zelfmedelijdend, hebben bezitsdrang, claimen aandacht.

 

 

Clematis (Bosrank) 
Onoplettend, dromerig, niet met beide voeten op de grond, vlucht in fantasiën en illusies, hebben ‘slechte aarding’, dreigend bewustzijnsverlies.

 

 

Crab Apple (Appel) 
De ‘Reinigingsremedie’. Hebben gevoel van onreinheid, zelfafkeer, schaamte, worden opgeslokt door details, schoonmaakfobiën, huiduitslag en jeuk.

 

 

Elm (Veldiep) 
Kunnen tijdelijk de verantwoording niet aan, voelen zich ontoereikend, zijn moedeloos.

 

 

Gentian (Slanke Gentiaan) 
Depressies door twijfel, zijn snel ontmoedigd, pessimistisch, hebben vertrouwen en geloof verloren, skeptisch en nederig.

 

 

Gorse (Gaspeldoorn) 
Wanhopig, verslagen, gelaten, berustend, geen ambitie, gebrek aan interesse vanwege gevoelens van hopeloosheid, hopen niet meer op herstel van (chronische) ziekten of problemen.

 

 

Heather (Struikhei) 
Egocentrisch, geobsedeerd door eigen problemen en ervaringen, houden niet van alleen zijn, simuleren ziekte, praatziek, klampen zich vast aan luisteraars, luisteren slecht.

 

 

Holly (Hulst) 
Haat, afgunst, wantrouwend, achterdocht, wraakgevoelens, driftbuien en agressiviteit, humeurig, ontnemen anderen energie.

 

 

Honeysuckle (Tuinkamperfoelie) 
Hangen aan herinneringen, heimwee, nostalgie, vroeger was alles beter, zien geen perspectief in de toekomst, leven in het verleden, zijn ongelukkig en hebben spijtgevoelens.

 

 

Hornbeam (Haagbeuk) 
Hebben last van het ‘maandagochtendgevoel’, uitstellen, moe, mentale uitputting, onzeker door gebrek aan kracht.

 

 

Impatiens (Reuzenbalsemien) 
Zijn ongeduldig, prikkelbaar, gespannen, hoog levenstempo, snel geïrriteerd, hebben een hekel aan gezelschap, jagen anderen op, werken het liefst alleen.

 

 

Larch (Lariks) 
Gebrek aan zelfvertrouwen, moedeloos, verwachten te zullen falen, minderwaardigheidsgevoelens, uitstel, zwakke overtuigingen.

 


Mimulus (Maskerbloem)  
Angst voor bekende zaken, verlegen, bedeesd, nerveus, blozen, aarzelen door angst.

 

 

Mustard (Herik)  
Neerslachtig, droevig, zware depressies, melancholisch, depressies van onbekende oorsprong, in zichzelf gekeerd.

 

 

Oak (Eik) 
Onophoudelijke inspanning, teneergeslagen, strijders, geven het niet op.

 

 

Olive (Olijf) 
Uitgeput, afgemat, fysiek en mentaal vermoeid, beroofd van energie, ook door ziekten, angst om vrienden te verliezen, ongelukkig, geen plezier in het leven.

 

 

Pine (Grove Den) 
Schuldcomplex, zelfverwijt, wanhoop, zichzelf constant verontschuldigen, ook voor fouten van anderen, overkritisch, de ‘underdog’.

 

 

Red Chestnut (Rode Kastanje) 
Overbezorgd voor de veiligheid van anderen, angstig en bezorgd voor anderen, vreselijke dingen verbeelden (dood, ongeluk).

 

 

Rock Rose (Zonneroosje) 
Paniek, verschrikking, snel schrikken, voor noodgevallen, plotselinge ziekten.

 

 

Rock Water (Bronwater) 
Inflexibel, strikte levenshouding, zelfontkenning, zelfonderdrukking, perfectionistisch.

 

 

Scleranthus (Hardbloem) 
Besluiteloosheid, twijfelen, onevenwichtig, wisselende stemmingen (lachen-huilen, vreugde-verdriet, energie-apathie, optimistisch-pessimistisch).

 

 

Star of Bethlehem (Vogelmelk) 
Traumatische ervaringen, shock, verdriet, alle effecten van slecht nieuws, ongeval.

 

 

Sweet Chestnut (Tamme Kastanje) 
Grote wanhoop, diepe neerslachtigheid, sterke geestelijke vertwijfeling, eenzaamheid, verlaten voelen, liefdesverdriet, geen uitweg meer zien.

 

 

Vervain (IJzerhard) 
Overenthousiast, overdrijven, stress, sterke overtuigingen, gelooft in zichzelf, wil graag anderen bekeren, regelt andermans zaken.

 

 

Vine (Wijnstok) 
Dominant, ambitieus, bazig, onsoepel, uitvoerend, duldt geen tegenspraak, arrogant, vol zelfvertrouwen, goede leider.

 

 

Walnut (Walnoot) 
Voor het verbreken van oude patronen, vastgeroeste gewoonten, voor het ingaan van een nieuwe levensfase, andere baan, andere school, puberteit.

 

 

Water Violet (Waterviolier) 
Gereserveerd, trots, wil geen emoties uiten, is graag alleen, heeft een hekel aan bemoeials, houdt afstand, is vriendelijk, spreekt zacht, kan neerbuigend en minachtend zijn.

 

 

White Chestnut (Paardekastanje) 
Ongewenste zorgelijke gedachten, cirkelgedachten, piekeren en redeneren, slapeloosheid, gebruiken klagende woorden.

 

 

Wild Oat (Ruwe Dravik) 
Voor het vinden van de rode draad in het leven, teveel mogelijkheden, kunnen niet kiezen, besluiteloos en ontevreden, ‘ik weet het niet’.

 

 

Wild Rose (Hondsroos) 
Lusteloos, apathisch, berustend, levensmoe, gebrek aan vitaliteit.

 

 

Willow (Bindwilg) 

Verbittering, wrok, willen discussiëren en anderen de schuld geven, ontevreden over anderen, negatieve levensopvatting.

 

 


Powered by http://wordpress.org/ and http://www.hqpremiumthemes.com/